Schrijfsels
Super II
"Er staan ergens meer dan drie mensen in de rij."
Het meisje achter de kassa reageert niet op mijn observatie. Ik kijk eens om me heen. De rij met meer dan drie mensen zie ik niet, maar de supermarkt is groot.
"Want hiernaast wordt een nieuwe kassa geopend," voeg ik toe, "en als er meer dan drie mensen in de rij staan openen ze een nieuwe kassa. Dus staan er ergens meer dan drie mensen in de rij."
Tevreden staar ik naar de borsten van het kassameisje. "Karin" staat erop. Een beetje een suffe naam, maar hij past wel bij het beroep.
Karin schuift gedwee het gehele assortiment aan boter, op Blue Band Goede Start na, langs de scanner.
"We zetten altijd een extra kassa open rond deze tijd," zegt ze, "rij of geen rij."
Ik ga haar niet uitleggen dat dat logisch gezien niet kan. Vrouwen zijn geen logische wezens. Vrouwen zijn sowieso nogal dom. Waarom werk je anders achter de kassa bij een supermarkt?
"Ik zit toevallig op de Heao," bitst ze terug op mijn blijkbaar niet ongeopperde vraag, "dit is een bijbaantje."
Dat hoort de dikke vrouw achter de net-geopende kassa. Borsten heeft ze genoeg, maar ik kan geen naamkaartje vinden.
"Is dit werk soms niet goed genoeg voor je?" Roept ze Karin toe.
"Dat bedoelde ik toch niet! Ik wil alleen zeggen dat ik helemaal niet dom ben."
"Dus ik ben dom?"
Achter me staat een man. Hij stinkt naar rook en zweet en heeft een baard. Achter hem staan twee jongens met een flesje cola en een zakje drop. Daarachter een vrouw met een kind. Karin ruziet nog steeds met haar dikke collega. Totdat de stinkende man het zat is.
"Gaan we nog afrekenen?" Vraagt hij chagrijnig.
"Zeikwijf," moppert Karin, en ze schuift het restant van de botervloot over haar scanner. Ze doet het wat fel en één pakje valt op de vloer. Ze wil het terug bij de rest leggen maar ik ben al weg.
Wat is zo'n supermarkt eigenlijk maar klein als je rent.
Ik graai een pak Becel Light van het rek en sprint terug naar Karin. Daar is tijdens mijn korte afwezigheid wat commotie ontstaan. De man bazelt iets tegen me over dat ik niet de enige ben in de winkel. Hij interesseert me niet.
Karin twijfelt er nog even over om mijn vervangend pakje ook in rekening te brengen, maar besluit uiteindelijk van niet.
"Drieëntwintig euro tachtig," zegt ze. Niet echt een mooi getal, maar er is me iets anders opgevallen.
"Karin," begin ik, "er staan meer dan drie mensen in deze rij," en ik kan het niet laten om er plezier in te hebben dit te constateren..